Weidevogels zijn gebaat bij openheid van het landschap. Dat botst wel eens met andere belangen. Met die van omwonenden, bijvoorbeeld, die omwille van luwte rond hun huis bosjes op hun erf creëren. De gemeentelijke overheid kan hier in de regelgeving voor het buitengebied een belangrijke rol spelen. Het weidevogelbelang wordt in dit opzicht nog te vaak genegeerd.
Een open landschap, één van de voorwaarden om weidevogels te houden.

Iets vergelijkbaars geldt voor het slootbeheer. Te vaak groeien de oevers dicht met riet. Dat heeft weliswaar een belang voor een bepaalde categorie vogels, maar waar de prioriteit ligt bij weidevogels hindert een rietkraag de gewenste openheid en vinden roofdieren er een uitvalsbasis.
Rietkragen mooi voor rietgorzen, karekieten en andere watervogels, maar niet voor weidevogels.
Een boomsingel rond de boerderij heeft, vooral op de Friese klei, zeker een landschappelijke waarde. Ook veel zangvogeltjes komen er op af om te nestelen. Ze vinden er een luilekkerland, zeker als de boer bij het mengen van het voer wel eens wat morst.
Het is de kleine vogeltjes gegund, maar er zit een keerzijde aan hun aanwezigheid. Ze trekken sperwers aan, en ook nog grotere roofvogels die in een weidevogelgebied ongewenst zijn. Zo zit de boer in een lastig parket, waar geen eenduidige oplossing voor aan te dragen is.